Iets over: De Nadere Reformatie De periode valt grofweg tussen het jaar 1600 - 1800. Willem Teelinck was de eerste persoon van formaat in deze periode. Teelinck was enthousiast en geboeid uit Engeland teruggekeerd over de Puriteinse leefwijze die hij daar aantrof. De doelstelling van de Nadere Reformatie (vanaf hier verder afgekort met NR) was om de leer zoals die in de Reformatietijd was ontwikkeld en vastgesteld op de Dordtsche Synode (1618/19) in de praktijk van het dagelijks leven in te voeren en verder te ontwikkelen. De eerste periode valt grofweg tussen 1620 (en daarvoor) - 1670. Belangrijke vertegenwoordigers uit die tijd zijn: Udemans, Teelinck, Voetius, Van Lodensteyn, v.w.b. Nederland. In de Angelsaksische landen zijn in die periode vooral Rutherford, Bunjan en Owen de meest spraakmakende en belangrijkste vertegenwoordigers. Centraal stond in die periode de leer. In de tweede periode (+/- 1670 - 1730 vindt er een verschuiving plaats. Met een kleine loslating van de zekerheid van het geloof komt het accent van de NR wat meer te liggen op de wedergeboren mens. Het pastoraat uit die tijd komt meer te liggen op de ontdekte mens, en hoe zich dat verhoudt met de genade en het werk van de Heilige Geest. In die tijd begint men ook te spreken over 'bekommerden', waaronder verstaan wordt: Ontdekte personen die met de Wet in aanraking zijn gekomen, maar Christus nog niet kennen. Onder invloed van de scholastiek begint men ook de bekering te systematiseren. Belangrijke vertegenwoordigers uit Nederland in deze periode: à Brakel, Hellenbroek, Smytegelt. De derde en laatste periode valt grofweg tussen 1730 - 1800. In deze periode valt het accent nagenoeg helemaal op de wedergeboren mens, en dan voornamelijk op het innerlijke geloofsleven. Viel in de eerste periode het accent op de volkskerk-gedachte, in de laatste periode trekt men zich terug in de conventikels of gezelschappen. Bekend in deze tijd is het boek 'Het innige christendom' van Wilhelmus Schortinghuis (1700-50). Zijn vijf-nieten zijn ook nu nog bekend: Ik wil niet, ik kan niet, ik weet niet, ik heb niet en ik deug niet. Twee andere personen van formaat vallen in deze periode op. Alexander Comrie en Theodorus van der Groe. De eerste door zijn scholastische en systematische aanpak, de laatste omdat hij weer teruggreep op de Reformatorische leer en eenvoud. Beide personen worden ook nu nog veel gelezen, geraadpleegd en zijn voor velen tot een eeuwige zegen geweest. Van der Groe heeft iets langer geleefd dan Comrie en kan dan ook als de laatste persoon van formaat van de NR worden bestempeld. Andere pesonen uit de laatste periode van de NR in Nederland zijn: Verschuir, Van der Kemp, Sluyter. In de Angelsaksische landen hebben we het dan over de gebr. Erskine, Boston, Hooker en Shepard.