Beginselen van Oudvaders op het Internet
Teveel om online te lezen, download het als gezipte HTML op uw harde schijf en bestudeer het later via uw browser.
Exodus 20:1-18
Aanhef: Toen sprak God al deze woorden, zeggende: Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.
Eerste gebod: Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Tweede gebod: Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;
En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
Derde gebod: Gij zult den naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn naam ijdellijk gebruikt.
Vierde gebod: Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is; Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven.
Wij stellen ons op het standpunt (gegrond op de Schrift) dat de mens zichzelf door zijn ongehoorzaamheid in het eeuwig verderf heeft gestort en daardoor de verdoemenis waardig is.
Tegelijktijdig stellen wij, de Zoon van God, Christus, God en Mens in één persoon, voor degenen die Hem geschonken zijn van de Vader (de uitverkorenen), het eeuwige leven heeft verworven. Dit leven bestaat uit de volle genieting van alle weldaden door Christus verworven door Zijn dood én Zijn opstanding uit de doden, namelijk: vergeving van zonden, recht op het eeuwige leven, en de heerlijkmaking en volle vreugde ná dit leven ten volle wordt genoten.
Deze weldaden worden geschonken in de krachtdadige roeping waarbij de uitverkoren mens het geloof ontvangt door de Geest en als vrucht daarvan de rechtvaardigmaking waarbij de heiligmaking een aanvang neemt.
Wij belijden op grond van de Schrift, geformuleerd in de Drie Formulieren van Enigheid, dat aan deze roeping niets zaligmakends voorafgaat, dat de mens, dood zijnde door de misdaden, als een goddeloze, en niet als een halfbekeerde of levendgemaakte, aan de gezegende voeten van Christus komt te liggen. Alles genade uit Hem.
Wij belijden dat de uitverkoren gerechtvaardigde mens nog overgebleven zonden heeft, waartegen deze zijn verdere aardse leven strijdt, door Gods kracht en hulp.
Wij geloven niet in een Evangelie waarbij de wet buiten werking is gesteld, als zijnde afgeschaft, maar nog steeds geldend. Wij vatten dit niet op in de zin dat wij door het doen van de wet het leven zouden verkrijgen, maar dat het doen van de wet een vermaak is naar de inwendige mens, getuige de woorden van de apostel Paulus, jacobus, Psalm 119 en van de Heiland zelf, Die niet gekomen is om de wet te ontbinden, maar om te vervullen, d.w.z. te reinigen van de menselijke inzettingen en overleveringen. (Zie hieronder en hiernaast)
Wij geloven en belijden dus dat de wet en de geboden van de Allerhoogste gegeven zijn tot ons welzijn, goed zijn en daarom gepraktizeerd behoren te worden, naar de woorden van Johannes in zijn eerste zendbrief (zie hieronder).
Wij gebruiken bij onze brochures en bijbelstudies de Statenvertaling (zie hieronder) omdat dit de meest getrouwe vertaling is in onze taal.
Vijde gebod: Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.
Zesde gebod: Gij zult niet doodslaan.
Zevende gebod: Gij zult niet echtbreken.
Achtste gebod: Gij zult niet stelen.
Negende gebod: Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
Tiende gebod: Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.
En al het volk zag de donderen, en de bliksemen, en het geluid der bazuin, en den rokenden berg; toen het volk zulks zag, weken zij af, en stonden van verre;

Matth.22:34-40 En den Farizeen, gehoord hebbende, dat Hij den Sadduceen den mond gestopt had, zijn te zamen bijeenvergaderd. En een uit hen, zijnde een wetgeleerde, heeft gevraagd, Hem verzoekende, en zeggende: Meester! welk is het grote gebod in de wet? En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
Jojakim werpt de Wet in het vuur
De Statenvertaling
Ten aanzien van de Heilige Schrift gebruiken wij uitsluitend de Statenvertaling.

Letterlijk
De Statenvertaling is een zo letterlijk mogelijke vertaling. Onze keuze voor de Statenvertaling vloeit noodzakelijk voort uit onze belijdenis, dat de Heilige Schrift niet alleen zakelijk, maar ook woordelijk, van woord tot woord, het geïnspireerde Woord van God is. Al de Schrift is van God ingegeven (2 Timotheüs 3:16). Alles, tot in de kleinste delen, heeft voor ons betekenis, niet alleen wat er geschreven is, maar ook hoe het geschreven is.

Gereformeerd
De Statenvertaling is een gereformeerde vertaling. De vertalers waren gereformeerde theologen, die vertaald hebben overeenkomstig de gereformeerde belijdenis. Niet dat wij daarmee de belijdenis boven, of zelfs maar gelijk aan het Woord Gods stellen. De verwoording van wat wij belijden in mensengeschriften, blijft mensenwerk. Maar wij geloven wel, dat de gereformeerde belijdenis in gehoorzaamheid het Woord naspreekt, én dat het noodzakelijk is, dat de Schrift vertaald wordt vanuit de overtuiging van de eenheid en de harmonie der Schrift. De Schrift kan nergens in tegenspraak met zichzelf zijn, omdat Gods Geest de Auteur is van al wat daarin beschreven is. De Schrift is het werk van de ene Goddelijke Auteur, Die Zich van mensen heeft bediend, maar Zelf in de Schrift spreekt.
De Schrift kan niet gebroken worden (Joh. 10:35).

Canon
De Statenvertaling gaat er voorts van uit, dat de Heilige Schrift bestaat uit een Oud Testament van 39 boeken en een Nieuw Testament van 27 boeken, en dat de zg. apocriefe boeken niet tot de Heilige Schrift mogen worden gerekend.
Ten aanzien van de grondtekst is onze keuze voor de Statenvertaling principieel, omdat deze vertaling uitgaat van de Textus Receptus, de door de kerk al sinds eeuwen aanvaarde grondtekst. Wij verwerpen vertalingen die gebaseerd zijn op door geleerden op basis van hypothesen gereconstrueerde grondteksten.

Kanttekeningen
Tot de Statenvertaling behoren de kanttekeningen. Zij behoren principieel niet tot de Heilige Schrift, het Woord van God. Wel bevatten zij van tekst tot tekst een doorlopende verklaring van meer dan particuliere waarde, omdat ze kerkelijk goedgekeurd is. Zij laten op unieke wijze het verband zien tussen de Schrift en de gereformeerde belijdenis en wat er verder op het Woord gegrond is.

Religie
Deze keuze voor de Statenvertaling houdt ook in, een zich stellen achter de religie van de Statenvertaling, zoals die zich in vertaling en kanttekening openbaart. Wat hebben Gods kinderen uit vroeger en later tijd daaruit al niet mogen putten! Hoe hebben zij daarin hun hart verklaard mogen vinden!

Een en ander laat onverlet, dat de Statenvertaling, hoe goed en getrouw ze ook is, maar een vertaling blijft, principieel altijd ondergeschikt aan Gods Woord in de oorspronkelijke talen.
De Statenvertaling is het zichtbaar bewijs van Gods gunst over Neerlands kerk, van de grote bekwaamheid en de confessionele trouw van de vertalers, en ook van de positiekeuze van de overheid als dienaresse Gods, waarom deze vertaling haar naam met recht draagt.
Zij is in des Heeren hand nu reeds bijna vier eeuwen een kostelijk middel om ons Nederlandse volk bekend te maken met Gods Woord en waarheid, de kerk te onderwijzen en in het spoor der waarheid te bewaren, en Gods volk te vertroosten.


Ongewijzigd overgenomen uit 'Standvastig', orgaan van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS), nr. 2 van 1999, met hartelijke instemming
Jojachim werpt de wet in het vuur. Hoevelen volgen hem daarin niet met het verachten van de Wet? Is het Evangelie dan zo belangrijk dat de Wet niet meer geldt? O land, land, land, hoor des HEEREN Woord!
(Jeremia 22:29)
Alzo zegt de HEERE: Staat op de wegen en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin, zoo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen.
(Jeremia 6:16)
Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.
(Jesaja 8:20)
Meent niet, dat Ik (dat is de Heiland) gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.
(Mattheüs 5:17)
Want ik (Paulus) heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;
(Romeinen 7:22)
Die daar zegt: Ik ken Hem (de HEERE), en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet; Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn. Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.
(1 Johannes 2:4-6)
Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus.
(Openbaring 14:12)
En de draak vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben.
(Openbaring 12:17)

(c) Oudvaders op het Internet, 1998 - 2003 Reacties? Schrijf naar de webmaster.