| Een brief aan het Nederlandse volk | |||||||||
| Beste landgenoten,
Wanneer er gevaar dreigt, is het de plicht om te waarschuwen. Doen we dat niet, dan schieten we tekort in naastenliefde. Dan zijn we medeverantwoordelijk voor het ongeluk dat onze naaste treft. En er dreigt gevaar...! God komt met Zijn strafgerichten over Nederland. De maat is vol. Rampen zullen Nederland treffen. Gods geduld met ons volk is op. Wij hebben zwaar en veel gezondigd. Binnenkort zal God Zijn toorn in hevigheid laten losbarsten. Hij zal ons land schudden. Wij lezen in de bijbel, het Woord van God, wanneer een land zwaar gezondigd heeft, dan zal Ik Mijn hand daartegen uitstrekken! (Ez. 14:13). Zo zal God Zijn Hand tegen Nederland uitstrekken. Hij zal ons treffen met een watersnood en aardbeving. God zal ons land niet sparen. Het oordeel over Nederland is vastbesloten. Het komt spoedig. hoewel de HEERE niet geheel met ons zal afrekenen. Hij zal in ZIjn toorn Zich genadig over ons ontfermen. Door het oordeel heen is een hoopvolle toekomst. Het bovenstaande heeft de HEERE bekend gemaakt en bevestigd aan meerdere gelovigen. Ik voel mij gedrongen om u, mijn landgenoten, te waarschuwen voor het dreigende gevaar. NEDERLAND, BEREID U VOOR OM UW GOD TE ONTMOETEN! "O, land, land, land! Hoor des HEEREN Woord" (Jeremia 22:29) In gehoorzaamheid aan de HEERE en uit liefde tot u, T.van der Weijden
(Overname van de boodschap in haar geheel is toegestaan) Dordrecht, juni 1998 Na het lezen van deze boodschap komt wellicht de vraag bij u op: "Wat moeten wij nu doen?"
| |||||||||